Met het aanbreken van de astronomische lente en een redelijk tot fraai weekend in het vooruitzicht tijd voor het winteroverzicht inclusief de uitslag van de Hellmann wedstrijd!

De winter was aan de zachte kant -de afwijking t.o.v. het langjarig gemiddelde was op zich vrij gering- en leverde weinig schaats-ijs op maar kende toch een aantal mooie momenten. Voor de winterliefhebber en de weerman bedoel ik dan; helaas gaat e.e.a. vaak samen met overlast en schade. De eerste Hellmann-punten (nu ja, halfje voor De Bilt) van het winterhalfjaar (1 november – 31 maart) werden juist aan het begin van de meteorologische winter binnengehaald.

Los van de fraaie gebeurtenissen op zich gaat de winter voor mij de boeken ook in als die waarin de weermodellen zich enorm verbeterd hebben en zich bewezen hebben zeer betrouwbaar te zijn. Ieder model met haar eigen min-en pluspunten en gebruik voor specifieke doeleinden. Al met al zijn vooral het ECMWF en het HIRLAM zeer stabiel geweest. Niet zelden met senario’s tot in de meteofictie zelfs. Want zie deze bijvoorbeeld eens! Los van details stond de sneeuw van 10 en 11 december al 9 dagen van te voren mooi op de kaart!

In het bericht dat ik in de ochtend van 10 december (met daarop 448 reacties!) schreef koos ik voor deze verwachting van het WRF-model voor de sneeuwhoogte die uiteindelijk op dinsdagochtend bereikt zou kunnen zijn als beste.

Fraai uitgekomen. En wat een mooie kaart met dito herinneringen!

Het leverde op zondag 10 december code oranje op en desondanks een halsstarrig hockey-district (Zuid-Holland) wat om half tien vond dat het allemaal “wel weer mee viel”  en het afreizen naar de diverse (zaal)wedstrijden min of meer verplicht stelde. Toen de sneeuw er even later -keurig volgens verwachting- wel lag en alle wedstrijden (zo ongeveer één voor één) alsnog afgelast waren: de openingsplaat en meer bijzonder fraaie beelden als resultaat!

Het ging er hevig aan toe: ondanks het natuurlijk nog warme zeewater zelfs direct aan de kust zoals hier in Knokke een fraai sneeuwdek.

Maandag 11 december was het nóg een keer feest maar ook avondspits dus vanwege de impact ook -op de valreep en de enige keer in 2017!- code rood.

Verder in december weinig spannends. Voor De Bilt 6 vorstdagen – tegen 13 volgens het langjarig gemiddelde.

Januari was een zachte maand zonder winterweer. Toch weer-spektakel op de 18e: een zeer zware storm met opvallend veel wind diep landinwaarts. Opnieuw code rood maar veel mensen die dat in de wind sloegen met veel schade en ongelukken tot gevolg.

Februari tapte uit een ander vaatje!  Met 23 vorstdagen (tegen 13 normaal) en één ijsdag verliep de maand bijna 3 graden “te koud”. Net niet echt diep winters toch met daardoor nauwelijks ijspret. Tot aan het einde van de maand. Siberische kou waarbij alles op zijn plek viel toonde hoe koud het ook heden ten dage kan worden. Dikke ijsdagen eind februari en begin maart met in de nachten matige tot lokaal strenge vorst. De gevoelstemperatuur lag dagenlang tussen de -15 en -20 wat het plaatje compleet maakte. De wat warmere periode midden februari, de doorstaande wind en de inmiddels al wat aanwezige kracht van de zon maakte het lang spannend of er een effectieve ijsvloer tot stand zou komen.

Dat lukte dan ook niet overal maar op verrassend uitgebreide schaal wel. Met enorm veel genot tot gevolg en soms door ware kunststukjes in woord en beeld gevangen, uiteraard ook door onze mooie community. Tekst bij deze foto:

Hier zie je
haar eerste seconden
op het ijs.

Ze keek eens rond,
zag handen op ruggen
Voelde klappen van schaatsen

keek opzij
naar mij
Keek nog eens

verzocht me niet heel
vriendelijk los te laten en

vertrok.

Enorm veel dank voor het delen!

Even off-topic maar dit is winnaar 2 wat mij betreft en mag dus niet ontbreken. In de Alpen was het hele seizoen raak maar juist ook tijdens de lage landen schaatsperiode werd deze plaat geschoten. Adembenemend!

De laatste dag van de maand was extreem koud met maxima die tot de laagst mogelijke voor de derde decade van februari behoren. Slechts in 1956, 1947,1942 en 1929 was het zo laat in het jaar zó koud of kouder!

Voor mijzelf kwam de apotheose op 2 en -hierboven- 3 maart. Heerlijk geschaatst (ook nog even op groter water) en de verjaardag van mijn dochter op het ijs ingeluid.

Episch!

Twee weken later haalde de beer nóg een keer uit. Met net iets minder ideale condities, korter durend en nog verder in het seizoen leverde dat niet noemenswaardig effectief sneeuw of ijs op maar wél diep winterse omstandigheden met opnieuw zeer lage gevoelstemperaturen én diverse afgelastingen van sportwedstrijden op uitgebreide schaal. Op 17, 18 en 19 maart werden nog (een paar) Hellmann-punten genoteerd; extreem laat in het seizoen. Overigens lag de de temperatuur op het 850 hPa-vlak in beide laatste periode’s ruim 15 graden onder de normaal; dicht tegen recordwaardes volgens mij. Jammer (en een beetje gek eigenlijk..) dat daar weinig over te vinden viel en valt.

Op stations met een lange meetreeks -zoals hierboven Twenthe- leverde dat al met al (eind februari en maart) 4 tot 5 datumrecords op; daar waar de meetreeks wat korter is soms zelf 8.

De maartmaand verliep koud en lente werd het nog niet. Ook beetje gek trouwens (wat een toeval?): 3x een minimum van 0.0 graden en één keer een maximum van 0.00 graden in De Bilt. Dat laatste op 17 maart. Althans dat pretendeert het KNMI met het (consequent) weglaten van het – teken. Geen vorst (?) (op slechts één tien minuten waarneming van het etmaal) dus geen ijsdag. Het zou een absoluut en dik record geweest zijn. Met 11 vorstdagen in maart staat het totaal voor het winterhalfjaar (met april nog te gaan) nu op 49; tegen 54 als langjarige “normaal” (referentie-periode: 1981-2010). Zo bezien een vrij normale winter dus. Ook als we kijken naar de gemiddelde temperatuur is het verschil niet groot. Over de meteorologische winter (december-februari) noteren we 3.7 graden waar 3.4 het gemiddelde is. Rekenen we maart mee dan zijn die vier maanden zelfs ietsie pietse kouder dan normaal (4.0 t.o.v. 4.1)

Met welke systematiek we ook naar een winter kijken, iedere methode heeft zijn voor- en nadelen. De beste is misschien nog wel de persoonlijke ervaring. Terecht is de algemene opinie dat de afgelopen winter weinig voorstelde en dat we recht hebben op meer. Toch zeker omdat het ook de afgelopen jaren al weinig was. Het mag wel weer eens! Dat komt goed, daar ben ik van overtuigd. Maar, meten is weten (herinneringen vervagen en zijn deels individuele perceptie) dus willen we toch cijfertjes hebben. Meest gehanteerd en naar mijn persoonlijke mening een mooi instrument: het Hellmann-koudegetal. Hierboven de Duitse meteoroloog Gustav (1854-1939) die de methode ontwikkelde en voortleeft in de naamgeving van de methode.

Eén van de grondleggers van de huidige meteorologie dus nog even wat meer eerbetoon. Bekend geworden door de regenmeter!

Maar tegenwoordig dus veelal genoemd en geroemd vanwege het koudegetal; met name in Duitsland en Nederland. Het zou het KNMI trouwens sieren de classificatie aan te passen aan de klimaatsverandering. Aan de andere kant: zo kunnen we eerlijk vergelijken met alle eerdere winters sinds het begin van de regelmatige metingen (1901)

Het lijstje over de afgelopen 10 jaar is duidelijk: niet één keer was de winter koud (al scheelde het 4 keer op rij weinig) en na 2013 wel zeer minimaal.

Ook de afgelopen winter: net niet normaal maar opnieuw zacht dus. En plek 75 op de 118 jarige meetreeks.

Met een knipoog want ik ben nog altijd van mening dat seizoensvoorspellingen actueel nog altijd vrij onmogelijk zijn; de uitslag!

Wie van onze lezers (en de weermannen mochten ook meedoen) voorspelde de winter het beste? Zelf zette ik -de wens is de vader van de gedachte én met de statistische gok dat ik ooit wel een keer gelijk ga krijgen (voor volgend jaar alvast dezelfde voorspelling dus) – in op 151.5 punten. Kansloos voor nu..

Maar we hebben een winnaar! Sander V. zat er met 34.4 héél erg dicht op. Van harte gefeliciteerd Sander!!! Eeuwige roem valt je ten deel en binnenkort zul je opgenomen worden in (een nog te vormen) WSWM-erelijst! Jeroen V. en Erwin E. -beiden voorspelden 35 punten- werden tweede en derde.

Vorig jaar zag het podium er met door koning winter (ook schamele) 36.0 behaalde punten overigens zo uit.

Ik zie al weer uit naar komende jaren: het wordt vast eens beter; met (véél) méér Hellmannen!


Leo

Leo, chemisch analist, 50 jaar, is sinds zijn vroege jeugd enorm in (winter)weer- en sport geïnteresseerd. Zijn eerste sinterklaas-surprise was dan ook een ingevroren scheurkalender van Jan Pelleboer. Sinds de opkomst van het internet en vooral de toegankelijkheid van alle gegevens ging hij zich er wat verder in verdiepen. Tegelijkertijd kwam hij als vanzelf op de site van Hajo Smit uit. Dankzij mooie interactie met een aantal anderen die reageerden op de artikelen van Hajo ontstond het idee daar wat meer mee te gaan doen.

21 reacties

Gesloten voor reacties.